PageTitle_pl

Doffer:

Alvorens over te gaan tot kunstmatige inseminatie moeten we het sperma controleren van de doffer die we willen gebruiken. Voor spermacontrole moet je de doffer enkele dagen alleen zetten zodat we kunnen beschikken over voldoende vers sperma.

  • Een doffer die met zijn duivin gepaard zit geeft vaak geen sperma bij kunstmatige afname.
  • Een doffer in de rui geeft vaak geen sperma.
  • Een doffer die onvoldoende belicht is geeft geen sperma. Sperma-afname is in de winter enkel mogelijk als de doffers extra belicht zijn.

Indien je kunstmatige inseminatie wil toepassen met een doffer zet je de doffer de dag van sperma-afname best nuchter omdat de kans bestaat dat een nerveuze doffer bij de massage om sperma af te nemen vaak mest gaat produceren waardoor ons sperma verloren gaat.

Best breng je ook steeds een reserve doffer mee want als je topdoffer geen sperma geeft dan kan je de duivinnen niet bevruchten en heb je een verloren eicyclus voor de duivinnen.

Het is nodig dat doffers minstens 2 x per week dierlijk eiwit toegediend krijgen om de spermaproductie te verbeteren.

Duivin:

De duivinnen worden direct gekoppeld met steriele doffers (doffers waarbij de zaadleiders zijn doorgesneden via een chirurgische ingreep) of op zicht met vruchtbare doffers zodat de duivin niet kan bevrucht worden.

Op dag 6-7 (in de winter) en op dag 4-5 (in de zomer) worden de duivinnen éénmalig kunstmatig bevrucht.

  • Indien de duivin haar eieren legt binnen de 5 dagen na de bevruchting zijn beide eieren normaal bevrucht.
  • Indien de duivin niet gelegd heeft binnen de 5 dagen na de inseminatie wordt ze best een tweede keer bevrucht.
  • Voor kunstmatige inseminatie maak je best gebruik van duivinnen die regelmatig leggen.
  • Kweekduivinnen moeten minstens tweemaal per week dierlijk eivoer krijgen om de vruchtbaarheid te verhogen.